Het verschil tussen gedroogd en vers
Verse kruiden kun je zelf kweken in je (moes)tuin of op je balkon. Ook zijn ze als plantje of als bosje te koop in de supermarkt. Gedroogde kruiden zijn verse kruiden die een proces hebben ondergaan dat vriesdrogen heet. Hierbij wordt er zo’n 98 procent vocht uit de kruiden gehaald, maar blijven smaak en voedingswaarde zoveel mogelijk bewaard. Doordat ze minder oliën en water bevatten, heb je er qua volume ook minder van nodig. Als vuistregel kun je hanteren: gebruik 1/3 hoeveelheid gedroogde kruiden ten opzichte van verse. Voor je gezondheid maakt het nauwelijks verschil of je gedroogde of verse kruiden gebruikt. Onderling kan de voedingswaarde van de verschillende soorten kruiden verschillen, maar allemaal zijn ze rijk aan vitamine C en vezels. Daarnaast zitten er in kruiden ook gezonde mineralen zoals ijzer, magnesium, calcium en kalium. In gedroogde kruiden zitten naar verhouding meer voedingsstoffen omdat ze zo geconcentreerd zijn, maar van verse kruiden gebruik je meer. Tip: gebruik kruiden altijd lekker ruim. Goed voor de smaak en ook qua voedingsstoffen geef je zo je maaltijden een boost.
Wanneer gebruik je gedroogde kruiden?
Uiteindelijk bepaalt vooral de aard van het gerecht dat je gaat maken of je verse of gedroogde kruiden gebruikt. Gedroogde kruiden zijn ideaal om mee te verwarmen in een gerecht. Als je een saus, stoofpot of soep maakt die langere tijd op het fornuis of in de oven moet pruttelen, kunnen gedroogde kruiden een mooie smaak toevoegen. Gedroogde kruiden die niet mee verwarmd worden, hebben de neiging wat stoffig te smaken. Tijdens het verwarmen heeft de smaak de tijd om “los” te komen en te mengen met de smaken van de rest van het gerecht. Gebruik gedroogde kruiden daarom het liefst aan het begin van de bereiding. Sommige gedroogde kruiden hebben zelfs een betere smaak dan hun verse soortgenoten. Oregano, marjolein, tijm, rozemarijn, laurierblaadjes en venkelzaad gebruik je bijvoorbeeld prima gedroogd.
