Zijn verse kruiden gezonder dan gedroogde kruiden?

Wanneer kies je voor vers?
Groene kruiden zoals basilicum, bieslook, koriander, peterselie, dragon, munt en dille bevatten veel “vluchtige” smaakbestanddelen, die tijdens het drogingsproces nagenoeg verdwijnen. Gebruik deze kruiden daarom het liefste vers. Ze zijn het lekkerst als ze rauw (of slechts een paar minuten mee verwarmd) aan een gerecht worden toegevoegd. Gebruik ze door sauzen, dressings en andere snelle gerechten. Ook voor koude gerechten zoals salades, pesto’s of salsa’s zijn verse kruiden altijd de beste keuze. Verse kruiden zijn perfect als finishing touch. Strooi verse kruiden als peterselie, bieslook, dille, koriander, basilicum of munt daarom aan het einde over een gerecht of meng ze er op het laatst door. Zo proef je de karakteristieke smaken het beste en blijven de kruiden ook knapperig en kleurig. Gebruik verse kruiden liever niet bij gerechten met een lange bereidingstijd, omdat ze hierbij juist hun uitgesproken geur en smaak verliezen. Alleen verse tijm en rozemarijn kun je prima meestoven. Tip voor de steeltjes van verse kruiden die je op het laatst toevoegt: deze kun je wel heel goed meer laten trekken in soepen, bouillons of stoofschotels.

Hoe bewaar je kruiden?
Gedroogde kruiden zijn lang houdbaar, maar kunnen na verloop van tijd wel smaak en geur verliezen. Verse kruiden kun je bewaren door ze in een vel keukenpapier te rollen en het keukenpapier licht vochtig te maken. Bewaar de kruiden met het keukenpapier in een afgesloten plastic zak in de koelkast. Een bosje blijft zo wel 2 weken goed. Heb je een heel kruidenplantje over of te veel verse kruiden in je tuin staan? Je kunt verse kruiden ook gemakkelijk invriezen en zo bewaren voor een volgend moment. Knip de blaadjes van de plantjes, was ze en snijd ze (eventueel) fijn. Verdeel ze vervolgens over de vakjes van een ijsblokhouder, schenk er een beetje water over en vries ze in. Zo heb je mooie porties om toe te voegen aan soepen en sauzen. Je kunt van verse kruiden natuurlijk ook zelf gedroogde kruiden maken. Verwarm hiervoor de oven voor op 100° C. Spreid de afgeknipte blaadjes uit over een bakplaat waarop je bakpapier hebt gelegd. Schuif de kruiden in de oven en laat ze daar in ongeveer 1 uur drogen. Laat ze afkoelen, verkruimel de kruiden en doe ze in een potje. Je kunt dit doen met tijm, rozemarijn, basilicum, oregano, salie, peterselie, bieslook, laurier. Let er bij het drogen wel goed op dat je de verschillende kruiden goed van elkaar gescheiden houdt, zodat de smaken puur blijven.