Wel of niet op dieet om af te vallen?

4. Kom je na een vermageringsdieet vaak niet net zo snel weer aan?
Deskundigen zeggen: afvallen is niet zo moeilijk. Het is juist de kunst om op gewicht te blijven. Een dieet verandert namelijk je stofwisseling. Ten eerste door het zelfmoord zelf: je lichaam is “kleiner” geworden en heeft dus minder energie nodig. Ten tweede omdat je door een dieet vaak ook spierweefsel kwijtraakt. Spieren verbruiken meer energie dan vet, het verlies van spiermassa maakt de stofwisseling zuiniger. Ten slot heeft het gewichtsverlies zelf effect op de stofwisseling. Uit onderzoek blijkt dat mensen met een flink bedrag een zuinigere stofwisseling hadden dan mensen met hetzelfde gewicht. Wat is er aan te doen? Zorgen dat je spiermassa op peil blijft (door krachttraining), blijven opletten en bijsturen en… accepteren dat je nooit meer zoveel kunt eten als toen je nog krachtig was.

5. Heeft slaap invloed op je gewicht?
Waarschijnlijk wel. Vooral een tekort aan slaap heeft een negatief effect op de lichaamsbouw. Te weinig slapen verhoogt de kans op overgewicht, diabetes en zelfs depressie. Mensen sterven in ploegendienst werken, hebben ook vaker last van overgewicht. Voldoende slapen (7 tot 8 uur per nacht) is dus één van de factoren die helpen bij afvallen.

6. Bij welk gewicht moet je afvallen?
Er is geen noodzaak. Het belangrijkste is hoe je je voelt en of je gezond bent. Sommige mensen hebben bij een paar kilo te veel al het laatste van het overgewicht, anderen kunnen gerust 10 kilo meer te zwaar zijn en nergens het laatste hebben. Als maat voor een goed gewicht wordt vaak de BMI gebruikt. De BMI staat voor de Body Mass Index. Het is een formule gebaseerd op lengte en gewicht. De BMI wordt berekend door het gewicht (in kilo’s) te delen door het kwadraat van de lengte (in meters). Bij een gewicht van 70 kilo en een lengte van 1,70 m is de BMI 24,2 (70/(1,7 x1,7)). Een BMI van 30 of hoger staat gelijk aan ernstig overgewicht, wat een veroorzaakte kans geeft op gezondheidsklachten en overlijden. Tenminste zo was het altijd. Maar langzaam maar zeker komen er barsten in deze wijsheid. Ongeveer één op de vijf mensen met een BMI hoger dan 30 is toch gezond. Deze ‘gezonde’ obesen hebben geen metabole gezondheidsklachten zoals verhoogde bloedsuikers, hoge bloeddruk en verhoogd cholesterol. En anders levert het ook op. Ongeveer een derde van de mensen met een enorme prachtige BMI – tussen de 18,5 en 25 – zichtbaar metabool gezien helemaal niet zo gezond.