Valkuil 3: De vulling maakt het deeg klef.
Niets is frustrerender dan een strudel die zacht en taai is in plaats van knapperig.
Wat verpest je? Je perst de appels of kersen niet uit en je gebruikt geen vochtvreter voor de vulling.
Oma’s tip:
Vullingskruimels: Bestrooi het uitgerolde deeg (nadat je het met vet hebt besprenkeld) met een dun laagje broodkruimels, gemalen koekjes of griesmeel. Dit dunne laagje absorbeert het vocht dat vrijkomt uit het fruit of de kwark, waardoor het deeg knapperig blijft.
Bereiding van de ingrediënten: Rasp de appels en pers het sap er goed uit! Zeef het sap van de zure kersen.
Zure room voor de kwark: In een kwarkstrudel wordt de kwark gemengd met zure room, maar het mag niet te vloeibaar zijn! Voeg een beetje griesmeel toe aan de kwark (1-2 eetlepels per kg kwark).
4. Valkuil: De droge en bleke buitenkant.
De perfecte strudel is knapperig van buiten en sappig van binnen.
Wat is er mis met je? Je gebruikt niet genoeg vet in het deeg.
Oma’s tip:
Vet: Smelt altijd reuzel (of boter/olie, maar vet geeft de beste smaak en knapperigheid).
Royaal besprenkelen: Besprenkel het uitgerolde deeg vóór de vulling royaal met lauwwarm vet. Dit zorgt voor een mooie gelaagdheid en een knapperige korst.
Vet in vóór het bakken: Vet ook de bovenkant van de opgerolde strudelstokjes in met vet, eventueel met een beetje zure room erdoorheen, dit geeft ze een mooie goudbruine kleur.
5. Valkuil: De vulling is niet sappig genoeg
