La Trouffaille Het heuvelachtige landschap van de Belgische Ardennen gleed in een ontspannen tempo aan hen voorbij. Het viertal was zojuist Malmedy uitgereden, waar ze de middag hadden doorgebracht met een wandeling door het historische centrum. De sfeer in de auto was goed; de rust begon eindelijk in te dalen. Harrie had voor deze week een bijzondere […]

“Morgen,” knipoogde Jérémy toen hij de koffie inschonk, “is het thema weer een verrassing. Maar ik kan jullie verklappen dat we dan de natuur van de Ardennen wat dichter naar de tafel halen.”

De warmte van de open haard en de rijke geuren van het diner hadden hun uitwerking op Lotte niet gemist. Met diep rode blossen op haar wangen keek ze vragend naar haar moeder. “Ik zou wel even naar buiten willen, ik heb het zo warm,” zuchtte ze, terwijl ze met haar handen haar wangen koelde.

Sally aarzelde geen moment en kwam soepel overeind uit de diepe fauteuil. “Ik ga wel mee,” zei ze met een glimlach. “We hebben tot slot van rekening bijna de hele dag binnen gezeten. En nu de fitness even niet aanwezig is, moet ik toch wat in beweging blijven. Een frisse neus zal ons goed doen.”

Trees, die zich net helemaal genesteld had in de kussens van haar stoel, keek Harrie met een ondeugende blik aan. “Voor mij hoeft het niet,” zei ze beslist, terwijl ze haar benen wat comfortabeler legde. “Ik vind het hier heerlijk. Ik heb straks veel meer zin in een goed glas wijn dan in een wandeling door de kou.”

Buiten was de overgang groot. Zodra Sally en Lotte de zware voordeur achter zich dichttrokken, werden ze omhelst door de kille, zuivere Ardense berglucht. De duisternis was hier nog echt donker, slechts doorbroken door de zwakke schijnsel van de tuinverlichting van La Trouvaille en een ontelbare hoeveelheid sterren aan de hemel.

“Kijk mam, je ziet de adem!” riep Lotte uit, terwijl ze kleine wolkjes in de nachtlucht blies. Ze liepen een klein stukje het grindpad af, weg van het huis, totdat de stilte van de bossen hen volledig omringde. Het was een stilte die ze in de stad nooit hoorden; geen auto’s, geen stadsgeluiden, alleen het verre ruisen van de bomen in de wind.

Binnen in de B&B was de sfeer omgeslagen naar een serene rust. Harrie zag hoe Trees zichtbaar genoot van het moment. Het was een van de zeldzame momenten dat de wereld buiten ‘De Knip’ even niet bestond.

Josiane, die de stemming feilloos aanvoelde, kwam aangelopen met een karaf rode wijn en twee glazen. “Een lokale specialiteit,” fluisterde ze, “perfect voor een avond bij het vuur.”

Harrie schonk in en gaf Trees haar glas. “Op een hemelse vakantie,” zei hij zacht. Trees knikte en nam een slok. Ze voelde de warmte van de wijn en de liefde van de man tegenover haar. In de kamer boven wachtte de Engelenhemel, maar voor nu was dit hoekje bij het vuur de mooiste plek op aarde.

De koude buitenlucht had hun goed gedaan. Toen Sally en Lotte de lounge weer binnenstapten, brachten ze een frisse bries met zich mee die de geur van houtvuur en wijn even opschudde. Hun wangen waren nog roder geworden van de wandeling, maar de onrust in hun ogen was verdwenen.

“Zelfs nu het donker is, lijkt de omgeving hier wel sprookjesachtig,” zei Sally, terwijl ze haar sjaal afdeed. “En die rust… dat zijn we helemaal niet meer gewend. Je ziet hier en daar een lantaarnpaal, en verder alleen de verre lichtjes van de huizen in het dal. Het is alsof de wereld hier stilstaat.”

Harrie keek op van zijn glas en zag de verandering in hun houding. Er was een zachtheid over hen heen gekomen die hij in Nederland nog niet had gezien. Hij lachte breed. “Ik ben blij dat jullie zo genieten, dames. Het straalt echt van jullie gezichten af.”

Trees, die inmiddels halverwege haar eerste glas was en de warmte van de fauteuil niet meer van plan was te verlaten, knipoogde naar Sally. “Willen jullie ook nog een glas wijn? De fles is nog niet leeg en hij is voortreffelijk.”

Lotte schudde direct haar hoofd en lachte. “Ik bedank, Trees. Ik denk dat ik tijdens het diner al genoeg heb gehad, en buiten dat krijg ik thuis bijna nooit alcohol. Ik voel de slaap al komen.”

Sally keek even naar de dansende vlammen in de haard en daarna naar het uitnodigende glas. “Vooruit, nog eentje dan,” zei ze, terwijl ze naast Trees neerzeeg. “Maar ik geef wel eerlijk toe: daarna zoek ik direct mijn bed op. De buitenlucht en de wijn eisen hun tol.”

Terwijl Sally haar glas aannam, viel er een behaaglijke stilte over het viertal. Lotte leunde haar hoofd tegen de schouder van haar moeder, haar ogen halfgesloten door de vermoeidheid. Ze luisterden naar het zachte getik van de afkoelende haard en het verre geluid van Jérémy die in de keuken de laatste dingen opruimde.

Boven wachtten de kamers—de Engelenhemel voor Harrie en Trees, en de warme, sfeervolle bedden voor Sally en Lotte. De eerste dag in de Ardennen was ten einde, en de belofte van een nieuwe dag vol ‘vondsten’ hing al in de lucht.

De volgende ochtend werden ze niet gewekt door het lawaai van verkeer, maar door het zachte gezang van vogels in de Ardense bossen. Het licht viel door de kanten gordijnen van de ‘Engelenhemel’ en Trees rekte zich behaaglijk uit. De rust van de nacht had haar goed gedaan.

Toen het viertal beneden in de ontbijtruimte kwam, bleken Josiane en Jérémy hun belofte van gisteravond te hebben waargemaakt. De tafel was opnieuw een visueel spektakel, maar in een totaal andere sfeer dan de avond ervoor.

Waar het diner in het teken van letters en boeken stond, was het ontbijt een ode aan de vroege ochtend in het bos. De tafel was bedekt met een loper van mosgroen linnen. In plaats van traditionele eierdopjes stonden de eieren in kleine, uitgeholde boomstammetjes. De sapglazen stonden op schijven van berkenhout die nog naar vers hout roken.