De Man zonder School In de kille ochtendlucht liep hij daar, met zijn ziel onder zijn arm. Hij kwam net bij zijn advocaat vandaan, maar het gesprek had hem een hol gevoel gegeven, alsof de man hem niet had verdedigd, maar hem juist van zijn laatste restje waardigheid had ontdaan. Nooit was hij ziek geweest. Geen griepje had hem […]

Dorus schrok even van zijn eigen directheid. Zijn ogen schoten onrustig heen en weer, alsof hij bang was dat hij al te veel had prijsgegeven aan een wildvreemde. Maar de rust van Piet werkte aanstekelijk.

“Ja… sorry,” mompelde Dorus. “Het is alleen… ik kom net bij mijn advocaat vandaan. En laten we zeggen dat hij me geen mededeling heeft gedaan waar een mens vrolijk van wordt. Mijn hele leven in het onderwijs, en nu eindigt het bij een man in een duur pak die me vertelt dat ik niet meer in de ‘moderne schema’s’ pas.”

Piet knikte langzaam en wees naar een paar houten stoelen bij een werktafel. “Ga zitten, Dorus. Onderwijs, zeg je? Dan ben je hier op de juiste plek om je verhaal te doen. Dit gebouw ademt nog steeds kennis, ook al vullen we de lokalen nu met andere zaken.”

Dorus zakte dankbaar op de stoel neer. De geur van de oude school en de nuchtere aanwezigheid van Piet zorgden ervoor dat de woorden er langzaam uitkwamen. Hij vertelde over de diepgang die niet meer mocht, over de subsidies die belangrijker waren dan de leerlingen, en over de koude douche bij de advocaat.

“Ze noemen het vernieuwing,” zei Dorus bitter, “maar ik noem het kaalslag.”

Piet luisterde zwijgend, terwijl hij langzaam een kop koffie voor Dorus inschonk. Hij herkende de pijn van iemand wiens vakmanschap aan de kant was geschoven door een systeem dat alleen nog in cijfers dacht. Hij wist ook dat Harrie en Jannus dit verhaal interessant zouden vinden. Mensen met principes waren in De Knip namelijk altijd welkom.

Piet leunde achterover en staarde even naar de rokende soldeerbout. “Weet je, Dorus,” begon hij rustig, “ik heb ook niet altijd tussen de radio’s en cd-spelers gezeten. Ik was beroepsmilitair. De genie. Mijn hele leven draaide om discipline, techniek en het bouwen van dingen die onder de zwaarste omstandigheden moesten blijven staan. Ik dacht dat ik een onmisbare schakel was in de defensiemachine.”

Hij zweeg even en nam zelf een slok koude koffie. “Maar toen kwamen de bezuinigingen. De ‘kaasschaafmethode’, noemden ze dat. Alles moest efficiënter, digitaler, en vooral goedkoper. Op een dag kreeg ik te horen dat mijn expertise ‘niet meer paste in de moderne krijgsmacht’. Te duur, te veel gericht op handwerk, niet flexibel genoeg voor de nieuwe protocollen. Ik stond na vijfentwintig jaar trouwe dienst buiten de poort, met een handdruk en een dossier vol onbegrijpelijke ambtenarentaal.”

Piet vertelde hoe hij maandenlang doelloos had rondgelopen, net als Dorus. Hij voelde zich afgedankt, een reliek uit een voorbij tijdperk. Tot hij op een regenachtige dinsdagmiddag langs de oude school fietste waar ‘De Knip’ net zijn deuren had geopend.

“Ik zag Jannus buiten worstelen met een aggregaat dat niet wilde starten,” lachte Piet. “Hij vloekte zo hard dat de mussen van het dak vielen. Ik stapte af, vroeg om een schroevendraaier en binnen vijf minuten liep dat ding als een zonnetje. Jannus keek me aan en zei alleen maar: ‘Jij hebt verstand van zaken. Kom binnen, we hebben koffie.’”

Piet herinnerde zich nog goed hoe hij die middag voor het eerst Harrie ontmoette. Harrie had hem niet gevraagd naar zijn diploma’s of zijn ontslagbrief, maar naar wat hij kon maken met zijn handen en zijn verstand.

“Ik kwam hier terecht omdat ik nergens anders meer paste,” verving Piet zijn verhaal, “maar ik ontdekte al snel dat dit de enige plek was waar ik werkelijk mezelf kon zijn. In De Knip kijken we niet naar wat het systeem van je vindt, maar naar wat je toevoegt aan de groep. Ik kwam hier binnen met een kapotte ziel, en nu repareer ik die van anderen… en af en toe een koffiezetapparaat.”

Piet knikte begrijpend terwijl Dorus zijn hart luchtte. Net op het moment dat Dorus wilde vertellen over de laatste ijzingwekkende opmerking van zijn advocaat, hoorden ze zware voetstappen in de gang. Jannus kwam de ruimte binnenlopen, een grote doos met gereedschap onder zijn arm. Hij bleef staan, keek van Piet naar de aangeslagen man op de stoel, en zette de doos met een doffe klap op een werkbank.