De Man zonder School In de kille ochtendlucht liep hij daar, met zijn ziel onder zijn arm. Hij kwam net bij zijn advocaat vandaan, maar het gesprek had hem een hol gevoel gegeven, alsof de man hem niet had verdedigd, maar hem juist van zijn laatste restje waardigheid had ontdaan. Nooit was hij ziek geweest. Geen griepje had hem […]

“Ik stoor toch niet?” vroeg Jannus met zijn kenmerkende diepe stem. “Ik zocht een specifieke ringsleutel, maar ik zie dat er hier belangrijker zaken besproken worden.”

Piet maakte een gebaar naar Dorus. “Dit is Dorus, Jannus. Hij liep hier vroeger stage toen dit nog een echte school was. Hij is zojuist door een advocaat en een stel spreadsheetmanagers verteld dat zijn lessen te veel ‘diepgang’ hebben voor het moderne systeem.”

Jannus trok een wenkbrauw op en leunde tegen de werkbank. “Diepgang? Is dat tegenwoordig een scheldwoord?” Hij snoof verachtelijk. “Dat is precies het probleem van deze tijd. Alles moet snel, goedkoop en oppervlakkig. Als je een kast bouwt die honderd jaar mee moet gaan, noemen ze je ouderwets. Maar als je troep verkoopt die na twee jaar uit elkaar valt, ben je een ‘innovatieve ondernemer’.”

Dorus keek op, verrast door de felheid in de stem van de grote man. “Precies,” zei hij, en voor het eerst die dag klonk er weer wat kracht in zijn stem. “De schoolleiding wilde alleen nog maar ‘begeleiders’. Ze zeiden dat ik de leerlingen te veel feiten en context meegaf. Dat paste niet in de modules. De subsidies hangen af van hoe snel ze door de stof heen vliegen, niet van hoeveel ze er werkelijk van begrijpen.”

Jannus knikte traag. “Bureaucreatie is de roest van de samenleving, Dorus. Het vreet alles aan wat waarde heeft totdat er alleen nog maar papierwerk overblijft. Wij doen het hier anders. Hier in De Knip telt alleen of iets werkt en of het echt is.”

Hij liep naar een stapel boeken die nog op een karretje lagen. “Kijk dit eens. Prachtige oude atlassen en geschiedenisboeken. De ‘moderne’ scholen doen ze weg omdat er geen QR-codes in staan. Wij redden ze, omdat de kennis die erin staat niet verandert door een nieuw beleidsplan.”

Dorus stond op en liep naar de kar. Hij pakte een oud, linnen gebonden boek over de geschiedenis van de Lage Landen op. Hij opende het en de geur van oud papier en degelijkheid kwam hem tegemoet. “Dit is… dit is een prachtexemplaar,” fluisterde hij.

“Nou,” zei Jannus, terwijl hij een veelbetekenende blik met Piet wisselde. “Als jij die diepgang nog ergens kwijt wilt… we verdrinken hier in de boeken die gesorteerd, gecatalogiseerd en beoordeeld moeten worden. En die vrijwilligers van ons kunnen ook wel wat ‘les’ gebruiken over wat ze eigenlijk in hun handen hebben.”

Dorus zakte weer een beetje in elkaar. De opmerkingen van Jannus en Piet waren hartelijk, maar de wond was nog te vers om direct te kunnen praten over een nieuwe toekomst.

“Heren, het is allemaal goed bedoeld,” zei hij met een vermoeide stem, “maar ik moet dit eerst maar eens verwerken. Ik moet kijken wat de toekomst me gaat brengen, als die er al is. Het doet gewoon pijn. Wanneer je weet dat de lesstof die je behandelt goed begrepen wordt door de leerlingen, maar dat dit door de leiding simpelweg niet geaccepteerd wordt…”

Hij staarde naar zijn handen, die nog steeds trilden. “Eerst heb ik nog gedacht: is het misschien een vorm van jaloezie? Omdat mijn klassen altijd rustig waren en de resultaten goed? Maar zelfs dat was het niet. Het was puur het systeem. Ik was een blok aan het been van hun efficiëntie.”

Jannus legde een grote hand op de schouder van Dorus. Hij begreep dat hij niet te hard moest duwen. “Verwerken kost tijd, Dorus. Dat begrijpen we hier als geen ander. Je bent hier niet op een sollicitatiegesprek, je bent op een plek waar mensen naar elkaar luisteren.”

Piet knikte instemmend en schoof de suikerpot naar Dorus toe. “Drink eerst je koffie maar eens op. Je hoeft vandaag helemaal niets te beslissen. Weet je wat? Blijf gewoon een uurtje zitten. Kijk een beetje rond, of loop eens door die bibliotheek waar we het over hadden. Geen druk, geen schema’s, en zeker geen advocaten.”

Dorus knikte dankbaar. De stilte die volgde was niet ongemakkelijk. Jannus begon in zijn doos te rommelen naar de juiste sleutel en Piet pakte zijn soldeerbout weer op. Ze lieten Dorus in zijn eigen tempo landen in de werkelijkheid van De Knip.

Terwijl de vertrouwde geluiden van handwerk om hem heen klonken, dwalen de gedachten van Dorus af naar zijn vrouw. Hoe moest hij haar vanavond vertellen dat de advocaat de handdoek in de ring had gegooid? Maar tegelijkertijd voelde hij iets wat hij de afgelopen maanden niet had gevoeld: een sprankje erkenning. Hier, tussen de afgedankte spullen en de ‘ouderwetse’ vakmannen, werd hij tenminste niet weggezet als een overbodig dossiernummer.