“Met Adriaan,” nam hij op, terwijl hij zijn stem weer in de ‘werkstand’ zette.
“Adriaan! Goed dat ik je tref,” klonk de enthousiaste stem van Jannus aan de andere kant van de lijn. De achtergrondgeluiden van De Lege Knip — het vertrouwde gerinkel van de kassa en het geschuif met meubels — waren zachtjes hoorbaar. “Luister, ik heb hier iets op de kop getikt bij een boedelruiming in de regio, maar Piet en ik komen er niet helemaal uit. Het is een eikenhouten kabinet, maar de slotplaten en het beslag… dat ziet er niet Nederlands uit.”
Adriaan veerde op. Zijn ochtendhumeur was nu definitief verdwenen; niets werkte zo goed tegen een slecht humeur als een mysterieus stuk antiek. “Wat voor beslag is het, Jannus? Messing? Of van dat zware ijzerwerk?”
“Het lijkt op gesmeed ijzer, maar met een heel verfijnd motief van wijnbladeren,” legde Jannus uit. “Ik vermoed dat het uit de grensstreek komt, misschien wel richting de Ardennen of de Eifel. Nu Harrie en Trees daar net zijn geweest, dacht ik: ik bel Adriaan. Jij hebt die boeken over regionaal meubilair nog, toch?”
Adriaan keek naar Antje, die met een half oog meeluisterde terwijl ze de theepot bijvulde. “Ik heb de naslagwerken hier inderdaad in de kast staan, Jannus. Wijnbladeren op ijzeren beslag… dat duidt vaak op Luiks-Aachense barok, of misschien iets uit de vroege negentiende eeuw.”
Antje glimlachte in zichzelf. Ze zag hoe Adriaan weer helemaal de oude was. De ladder waar ze het over hadden, kon wel even wachten; als Adriaan in zijn boeken mocht duiken, was hij de gelukkigste man op aarde.
“Zal ik een paar foto’s via de app naar je sturen?” vroeg Jannus.
“Doe dat,” zei Adriaan beslist. “Dan sla ik de boeken erop na en bel ik je vanmiddag terug. Als het inderdaad Luiks is, heb je een prachtige ‘vondst’ in handen, man!”
Toen hij ophing, keek hij Antje bijna schuldbewust aan. “Je hoorde het, hè? Jannus zit met een raadsel.”
“Ik hoorde het,” lachte Antje. “Ga jij maar lekker naar je studeerkamer. Ik ruim hier wel af. Maar beloof me één ding: als je de oplossing hebt gevonden, gaan we daarna wél samen die ladder op. Want mijn ‘vondsten’ op zolder moeten ook nog uitgezocht worden.”
Adriaan knikte gretig en liep met zijn telefoon al in de aanslag naar de trap. De regenboog was inmiddels verdwenen, maar in zijn hoofd was de dag nu pas echt begonnen.
Adriaan installeerde zich in zijn werkkamer, een vertrek waar de muren bijna bezweken onder het gewicht van naslagwerken over antiek, houtbewerking en regionale geschiedenis. De geur van oud papier en boenwas werkte altijd kalmerend op hem. Op zijn bureau lichtte zijn telefoon op: de foto’s van Jannus waren binnen.
Hij zoomde in op het beslag. De wijnbladeren waren niet zomaar op het ijzer geslagen; ze waren met een verfijning uitgewerkt die Adriaan direct deed denken aan het betere smeedwerk uit de achttiende eeuw. Hij pakte een zwaar, in leer gebonden boek over ‘Le Mobilier Liégeois’ uit de kast en begon te bladeren.
Terwijl hij met een vergrootglas over de foto gleed, viel zijn oog op een klein detail in de nerf van een van de ijzeren bladeren. Het leek een onregelmatigheid, maar Adriaan herkende het patroon. Hij sloeg een hoofdstuk open over de gilden van de Maasvallei.
“Verdraaid,” mompelde hij in de stilte van de kamer. “Het is geen gewone decoratie.”
Hij ontdekte dat dit specifieke ontwerp van wijnranken het kenmerk was van een meester-smid uit de omgeving van Verviers, die werkte in de schaduw van de Luikse adel. Het geheim zat hem echter niet in het beslag zelf, maar in wat het beslag verborg.
In zijn boek vond hij een soortgelijke kast beschreven:
“Meubels vervaardigd door dit gilde bevatten vaak een ‘serrure à secret’. Door op de nerf van het derde blad aan de rechterkant te drukken, verspringt het mechanisme en wordt een verborgen nis in de achterwand van het kabinet ontsloten.”
Adriaan voelde een lichte rilling van opwinding. Het was niet zomaar een kast; het was een zogenaamde ‘veiligheidskast’ uit de tijd van de Franse bezetting. In dergelijke nissen werden vaak familiedocumenten, goudstukken of brieven verborgen voor de plunderende legers.
