Dek af en laat 25 tot 30 minuten op laag vuur sudderen, regelmatig kerend, tot de witlof gaar is en wat vocht heeft losgelaten.
Laat ze voorzichtig uitlekken op keukenpapier.
2. Maak de bechamelsaus
Smelt de boter in een steelpan.
Voeg de bloem toe en roer 1 minuut.
Giet geleidelijk de melk erbij en blijf roeren om klontjes te voorkomen.
Laat de saus indikken op middelhoog vuur.
Voeg zout, peper, nootmuskaat en een beetje geraspte kaas toe voor een nog rijkere saus.
3. Maak de gevulde witlof klaar
Wikkel elke witlof in een plakje ham.
Leg ze in een ingeboterde gratinschaal.
Bedek rijkelijk met de bechamelsaus.
Bestrooi met geraspte kaas.
4. Bakken
Bak 20 tot 25 minuten op 200 °C (heteluchtoven), tot de gratin goudbruin en bubbelend is.
