Rust in De Knip Nu de dagen van spanning voorbij waren, keerde de rust terug in De Knip. Jannus en Piet hadden zich de afgelopen tijd kranig geweerd. Naast hun geheime taken—zoals de verhuizing van Lotte en het installatiewerk op het Slot—hadden ze de dagelijkse gang van zaken met de vrijwilligers draaiende gehouden. Toch was het gemis van Trees […]

Ondertussen had Piet zijn elektronica-afdeling volledig ingericht. De eerste weken was het aanbod nog wat mager, wat goed uitkwam toen hij moest helpen bij de geheime installaties op het Slot. Maar inmiddels stonden er rijen cd-spelers, videorecorders en koffiezetapparaten klaar voor reparatie en verkoop.

Jannus liep de elektronicawerkplaats binnen, waar Piet zoals gewoonlijk verdiept was in een wirwar van draden en printplaten. In het begin was het nog rustig geweest, maar inmiddels stonden de schappen vol met cd-spelers en koffiezetters die wachtten op een tweede leven.

“Hoe staat het ervoor, Piet?” vroeg Jannus met een grijns. “Heb je morgen nog ruimte voor wat zwaarder geschut? Ik moet een wasmachine en een droger ophalen.”

Piet keek op van zijn soldeerbout en begon te lachen. “Jannus, je weet wie je voor je hebt, toch? Als ex-militair maak je mij met een beetje witgoed niet bang. Kom maar op met die zooi, ik vreet ze rauw.”

Jannus knikte tevreden. “Mooi zo. Loop je mee voor een bak koffie, of ben je te druk met die draadjes?”

Piet legde zijn schroevendraaier direct op zijn vaste plek en gaf Jannus een vriendschappelijke klap op zijn schouder. “Ik ga mee, maat. Dat gesleutel is leuk, maar een mens heeft af en toe ook wat fatsoenlijk gezelschap nodig.”

Aan de praattafel van De Lege Knip zaten een paar gasten diep in discussie met meneer van Dalen over de inhoud van enkele historische boeken. Toen Jannus en Piet erbij kwamen zitten, viel het gesprek even stil, maar Van Dalen liet zich niet uit het veld slaan en zette zijn betoog voort.

“Heren, wat ik me herinner uit dit boek,” zei Van Dalen terwijl hij op de kaft tikte, “is dat de VOC nooit in het noorden van Canada is geweest. Er is destijds wel gesproken over een vaarroute om de noord, maar het is er nooit van gekomen.”

Jannus knikte instemmend en nam een slok koffie. “Dat klopt precies, Klaas. De VOC hield de blik op het oosten. Maar vergeet Henry Hudson niet. Hij had eerder voor de Compagnie gewerkt, maar is in 1610 op eigen houtje veel noordelijker gaan varen. Zo ontdekte hij de Hudsonbaai in wat we nu Noord-Canada noemen.”

De twee gasten keken Jannus met open mond aan. De verve waarmee hij deze historische details uit zijn mouw schudde, overblufte hen volledig. “Als jullie me niet geloven…” begon Jannus met een twinkeling in zijn ogen. Hij stond op, liep met ferme pas naar de bibliotheekafdeling en keerde even later terug met twee dikke pillen onder zijn arm. “Hier, kijk zelf maar. De volledige geschiedenis van de VOC en het turbulente leven van Henry Hudson.”

Verbaasd pakten de mannen de boeken aan en bladerden door de pagina’s. Een van hen keek op en vroeg vol ontzag: “U moet wel een geweldig geheugen hebben. Heeft u een universitaire studie geschiedenis gedaan? U weet niet alleen de feiten, maar u weet de boeken ook nog eens blindelings te vinden.”