Een van de bieders liet zijn peddel zakken. “Laat het meisje de hond houden.”
Een andere stem klonk: “Oké.”
Een voor een gaven de pakken zich over. De zakenmannen werden vaders. De officieren werden broers. Niemand deed een bod op haar.
De veilingmeester slikte en knipperde snel met zijn ogen. Hij sloot Max’ dossier. “Verkocht. Aan Lily Parker. Voor tweeëntachtig dollar en zevenenveertig cent.”
Het applaus dat volgde was gedempt, maar respectvol, alsof zelfs een té luid applaus de fragiele betovering kon verbreken.
Lily zette haar pot op tafel en klom op het platform. Max stond langzaam en bedachtzaam op, voordat hij zijn hoofd tegen haar borst drukte. Ze begroef haar gezicht in zijn vacht, de tranen brandden op haar wangen. Hij likte haar een keer en leunde toen met zijn volle gewicht op haar.
Die nacht kwam Max niet terug naar de kennel. Hij ging naar huis.
Maar het huis was nu niets meer dan een lege huls. De stem die het ooit vulde – verhalen lezen voor het slapengaan, vals zingen in de keuken, onweersbuien kalmeren – was verdwenen. Alleen het tikken van de keukenklok en Lily’s zachte voetstappen galmden door de kamers. Max rustte trouw naast haar, nacht na nacht.
Drie weken verstreken. Max leek nog maar een schim van de hond die hij ooit was. Hij blafte niet meer en patrouilleerde niet meer. Hij bleef dicht bij hem, stil en waakzaam. Als Lily huilde, duwde hij haar met zijn snuit aan tot ze zich aan hem vastklampte. Ze waren verbonden door verdriet, elkaars stilte weerspiegelend.
Toen kwam de middag die alles veranderde.
Lily kwam vroeg thuis van school met buikpijn. Mevrouw Donovan, de buurvrouw die op haar lette, stak een grote kaars aan in de gang – een goedkope kaars van was, gevuld met kunstmatige vanille en eau de cologne.
Zodra de geur zich door het huis verspreidde, verstijfde Max. Zijn oren spitsten zich. Een laag gegrom galmde, niet vijandig, maar spookachtig, alsof een oude herinnering was ontwaakt. Hij stapte vastberaden naar voren, met opgeheven neus. Lily volgde, haar hart bonzend.
Max bleef voor de kast in de hal staan en ging verstijfd zitten. Geen geblaf. Geen gekras. Alleen stilte, scherp als een mes.
Lily aarzelde voordat ze de deur opendeed. Binnen: paraplu’s, schoenen, sjaals. En op de bovenste plank een bekende kartonnen doos.
Het doosje met souvenirs van haar moeder. Onaangeroerd sinds de begrafenis.
Met trillende handen liet ze de deur zakken. Max ging naast haar zitten, zijn ogen strak op de hare gericht. Samen openden ze de deur.
Binnenin zaten fragmenten uit Hannah Parkers leven: haar badge, een medaille, foto’s, waaronder een van een jonge Max, met een doordringende blik, staand naast een politieauto. En onderaan een envelop.
