Trees knikte en hief haar glas. “En dat is de mooiste vondst van de dag, Sally.”
De avond eindigde niet met een glas wijn bij het vuur, maar met een diep gevoel van dankbaarheid. De Ardennen waren niet langer alleen een vakantiebestemming; ze waren een medicijn geworden.
De volgende ochtend was de sfeer aan de ontbijttafel weer totaal anders. Jérémy en Josiane leken wel een onuitputtelijke bron van creativiteit te hebben. Ditmaal stond de tafel in het teken van ‘Ambacht en Textuur’.
Op de tafel lagen lopers van ruw linnen en grof gebreid wol, en de servetten zaten in ringen van gevlochten leer. De koffie werd geserveerd in zware, handgedraaide mokken die prettig warm aanvoelden in de hand. Het was een knipoog naar het vakmanschap dat ze later die dag zouden gaan opzoeken.
Tussen de versgebakken broodjes en lokale honing door, opperde Harrie zijn idee. “Ik dacht,” begon hij terwijl hij een blik wierp op de dames, “dat we vandaag eens over de grens naar Duitsland moeten rijden. Het is maar een klein stukje naar Monschau. Het is een prachtig stadje vol vakwerkhuizen, kleine boetiekjes en ambachtelijke winkeltjes. Een beetje winkelen, maar dan op de ouderwetse manier.”
Trees’ ogen begonnen direct te twinkelen. “Monschau? Dat schijnt prachtig te zijn, bijna als een openluchtmuseum. Ik heb er wel eens foto’s van gezien in de reisboeken van de bibliotheek.”
Ook Sally en Lotte zagen het wel zitten. Na de sportieve prestatie van gisteren in de ruige natuur, klonk een dagje slenteren door sfeervolle straatjes als de perfecte afwisseling.
De rit naar Monschau was kort maar krachtig. Zodra ze het dal inreden waar het stadje genesteld ligt langs de oevers van de Rur, waanden ze zich in een andere eeuw.
“Kijk die huizen!” riep Lotte uit zodra ze uitstapten. De witgekalkte gevels met de zwarte houten balken — de typische vakwerkbouw — stonden schots en scheef tegen elkaar aan langs de kasseienstraatjes.
Ze begonnen hun ontdekkingstocht:
Lotte stond met haar neus tegen het glas gedrukt toen ze zagen hoe gloeiend heet glas in de Glasblazerij werd omgevormd tot kleurrijke kunstwerkjes. Het herinnerde Sally aan de kwetsbaarheid en de schoonheid van het leven.
Harrie, als liefhebber van goede smaken, kon het niet laten om een paar potjes van de beroemde Monschauer mosterd in te slaan voor de mannen in De Knip. “Dat zal Jannus wel waarderen bij zijn kaasblokje,” lachte hij.
Trees genoot van de kleine winkels vol wol, antiek en handgemaakte decoraties. Het was voor haar een bron van inspiratie voor de inrichting van de winkel in Nederland.
Halverwege de middag streken ze neer op een terrasje dat letterlijk over de kabbelende rivier de Rur hing. Terwijl ze genoten van een Kaffee mit Kuchen, keek Harrie naar zijn gezelschap. De stadse drukte van Monschau was niet te vergelijken met de hectiek die ze thuis gewend waren. Hier was het winkelen geen ‘moeten’, maar een ontdekkingstocht.
“Dit is pas echt vakantie,” zuchtte Trees terwijl ze een stuk Schwarzwälder Kirschtorte proefde. “Geen haast, geen schema’s, alleen maar kijken naar al die mooie dingen.”
Bij terugkomst in La Trouvaille hing er een opgewonden sfeer in de groep. De tassen met mosterd, handgeblazen glas en zachte wol werden naar de kamers gebracht, maar de nieuwsgierigheid naar de avondmaaltijd trok hen al snel weer naar beneden.
Toen ze de eetkamer binnenstapten, begrepen ze direct dat Josiane en Jérémy hun uitstapje naar Duitsland niet onopgemerkt voorbij hadden laten gaan. Het thema van de derde avond was ‘Grenzeloze Gastvrijheid’.
De tafel was deze avond een prachtig eerbetoon aan de grensstreek waar ze verbleven. De decoratie was verdeeld in een subtiel contrast:
De ene helft van de tafel was gedekt met zwaar, blauw-wit geruit linnen, een knipoog naar de klassieke Duitse herbergstijl die ze in Monschau hadden gezien.
De andere helft behield de verfijnde, Franse elegantie van de Ardennen met fijn kant en kristallen glazen.
In het midden van de tafel stond een bijzondere ‘vondst’: een antieke postkoets van koper, omringd door oude postzegels en ansichtkaarten uit zowel België als Duitsland. Het symboliseerde de verbinding die ze die dag hadden gezocht.
“Moet je zien,” lachte Trees terwijl ze een oude kaart uit 1920 bestudeerde die bij haar bord lag. “Zelfs aan tafel reizen we gewoon door!”
Jérémy had een menu samengesteld dat de stevige Duitse keuken combineerde met de verfijning van de Belgische gastronomie:
Voorgerecht: Een flinterdunne ‘Flammkuchen’ met Ardense ham en sjalotjes, een perfecte ontmoeting tussen de Elzas en de bossen van Waimes.
Hoofdgerecht: In bier gesmoorde varkenswangetjes (op Belgische wijze), maar geserveerd met ‘Spätzle’ en rode kool met appeltjes, precies zoals ze die middag op de menukaarten in Monschau hadden zien staan.
Dessert: Een moderne interpretatie van de ‘Schwarzwälder Kirsch’ – een luchtige chocolademousse met in Luikse siroop gemarineerde kersen, geserveerd in de glazen schaaltjes die Lotte eerder die dag in de glasblazerij had bewonderd (Harrie had stiekem een setje extra gekocht via de achterdeur).
Tijdens het diner werden de tassen weer even tevoorschijn gehaald. Harrie liet vol trots de verschillende potjes mosterd zien en Lotte vertelde honderduit over de glasblazer die zo hard op zijn pijp blies dat zijn wangen bijna uit elkaar klapten.
Sally zat er ontspannen bij. De oversteek van de grens was voor haar een symbool geworden. “Vandaag hebben we laten zien dat grenzen eigenlijk alleen maar lijnen op een kaart zijn,” zei ze peinzend. “Als je eroverheen stapt, ontdek je alleen maar nieuwe schoonheid.”
Harrie knikte en proostte met zijn glas op de wijsheid van zijn gezelschap. De ‘vondst’ van deze avond was het besef dat hun eigen wereld steeds groter werd, stap voor stap, maaltijd na maaltijd.
De sfeer in de lounge veranderde op slag. Na alle diepe gesprekken en culturele indrukken was het Lotte die met een ondeugende glinstering in haar ogen voor de nodige dynamiek zorgde. Ze liep naar de houten kast in de hoek, waar tussen de antieke vazen en boeken een plank met gezelschapsspellen was ingericht.
“Wie doet er mee? Wie durft het aan?” riep ze uitdagend, terwijl ze de doos met Rummikub triomfantelijk boven haar hoofd hield.
Harrie, Trees en Sally keken elkaar aan. Het enthousiasme van Lotte werkte aanstekelijk; de verlegenheid van de eerste vakantiedag was volledig verdwenen. “Reken maar van ja!” lachte Harrie, terwijl hij de tafel alvast leegruimde van de laatste koffiekopjes.
Een paar minuten later heerste er een heel andere concentratie aan de grote tafel. Het enige geluid was het zachte gekletter van de kunststenen steentjes en het geschuif van de plankjes.
Josiane kwam af en toe geruisloos voorbij om de glazen bij te vullen. De sfeer was gemoedelijk, maar de competitiedrang was voelbaar. Lotte bleek een verrassend scherp inzicht te hebben; ze legde de ene na de andere reeks neer en hield de rest van het gezelschap scherp in de gaten. Trees probeerde met een stalen gezicht haar laatste twee steentjes te verbergen, terwijl Sally met een glimlach zag hoe haar dochter de leiding nam.
Er werden in totaal vier verhitte potjes gespeeld. Naarmate de avond vorderde en de fles wijn leger raakte, merkte Harrie dat zijn strategisch inzicht hem langzaam in de steek liet. Waar hij normaal gesproken in ‘De Lege Knip’ feilloos de waarde van een meubelstuk kon inschatten, zag hij nu de logische combinaties van de cijfers simpelweg niet meer.
Toen Lotte voor de vierde keer “Rummikub!” riep en haar plankje met een klap leeg op tafel legde, gooide Harrie zijn handen in de lucht.
“Heren en dames, ik geef me gewonnen,” zei hij met een gespeelde zucht, terwijl hij naar zijn eigen plankje vol onmogelijke getallen keek. “Ik wil niet verbloemen dat mijn inzicht in de cijfertjes vanavond niet bepaald tot zijn recht komt. De dag is lang genoeg geweest, en volgens mij heeft Lotte ons allemaal officieel tot amateurs gedegradeerd.”
Lotte straalde van oor tot oor. Ze had niet alleen gewonnen, ze had de volwassenen een lesje in concentratie gegeven. “Nog eentje?” vroeg ze hoopvol, maar de vermoeide maar voldane blikken van de anderen zeiden genoeg.
“Morgen weer een dag, kampioen,” knipoogde Trees, terwijl ze haar glas leegdronk. “Dan gaan we kijken of je in de natuur ook zo goed bent in het vinden van de juiste weg als hier op het bord.”
