‘En dan? Als hij niet begrijpt dat jij een mens bent en geen keukenmachine, dan is dat misschien alleen maar beter.’
Die woorden kenmerken de rest van de cruise door mijn hoofd gesproken. Misschien is het inderdaad beter. Wat als Andrej totaal niet snapt waarom ik ben weggegaan? Wat als hij besluit dat ik hem verraden heb, hem in de steek heb gelaten op een moeilijk moment?
Maar aan de andere kant — waarom een moeilijk moment? Het is toch zíjn familie. Zíjn verantwoordelijkheid. Waarom werd het automatisch de mijne?
Het schip meerde om tien uur ‘s ochtends aan. Ik stapte met mijn koffer in een taxi, en met elke kilometer richting huis groeide de onrust. Wat zou ik aantreffen? Een verwoesting? Een ruzie? IJzige stilte?…
Ik liep naar mijn verdieping, haalde mijn sleutels tevoorschijn en deed de deur open.
Stelt.
Niet de gewone stilte van een leeg appartement, waarbij je begrijpelijk begrijpt dat er niemand thuis is. Maar een andere — leeg, uitgehold.
Ik liep de kamer in. Op de bank lag mijn beddengoed, netjes opgevouwen. Geen veldbedden. Geen kinderspeelgoed. Geen zakken en tassen van de familie.
De keuken was schoon. Onwennig schoon — elk oppervlak werd bereikt, de afwas gedaan. Op tafel lag een witte envelop met mijn naam erop.
Mijn handen begonnen te beginnen toen ik hem oppakte. Binnenin zat een vel papier, volgeschreven in Andrejs herkenbare handschrift:
‘Lena.
Iedereen is eergisteren weggegaan. Ik heb ze naar het station gebracht. Ze waren beledigd — vooral mama. Ze bevatten dat ze niet meer bij ons komen, als wij zó ongastvrij zijn.
Ik heb deze vijf dagen veel bedacht. Ik heb meestal te koken — het lukt voor geen meter. Mama maakte voortdurend bezwaar. Marinka Zuurde. De kinderen waren humeurig. Tante Valja liet elke dag doorschemeren dat het met jou erbij beter was.
En toen variabele ik hoe het voor jou moet zijn geweest. Al die dagen. Al die maanden wanneer ze kwamen.
Maar ik vind ook iets anders. Jij vertrouwt me schijnbaar niet genoeg om gewoon te zeggen: “Het is me te zwaar, laten we praten.” Jij koos ervoor om weg te rennen en mij dit alleen te laten oplossen. Je vroeg niet om hulp — je verdween gewoon.
En je nam niet op. Ik wist niet waar je was, water met je aan de hand was, of je leefde überhaupt nog. Ik maakte me zorgen, werd kwaad, en daarna maakte ik me weer zorgen.
Wij zijn een gezin. Of dat dacht ik minimaal. Een gezin is wanneer je problemen samen oplost, en er niet voor wegloopt. Zelfs als de problemen in mijn opdringerige familie voorkomen.
