Mensen met een BRCA2-mutatie hebben 69% kans op borstkanker en 17% kans op eierstokkanker.
Deze mutaties kunnen van beide ouders worden geërfd en worden binnen families doorgegeven. Daarom kan een familiegeschiedenis van een van beide kankersoorten uw eigen risico verhogen, zelfs als niemand in uw familie beide heeft gehad.
Familiegeschiedenis speelt een rol:
als uw moeder, zus, grootmoeder of tante borst- of eierstokkanker heeft gehad (vooral op jonge leeftijd), is uw eigen risico mogelijk hoger. Dit geldt zelfs als ze maar één type hebben gehad. In sommige gevallen kunnen meerdere generaties getroffen zijn zonder dat de oorzaak genetisch is.
Vrouwen met een sterke familiegeschiedenis kunnen genetische counseling en een test op BRCA-mutaties overwegen. Kennis van uw genetische status kan u en uw arts helpen bij het nemen van persoonlijke beslissingen over preventie en screening.
Andere veel voorkomende risicofactoren
Naast genetica hebben borst- en eierstokkankers nog een aantal andere risicofactoren gemeen, waaronder:
Leeftijd: Het risico neemt toe met de leeftijd, vooral na de leeftijd van 50.
Hormoontherapie: Langdurig gebruik van hormoonvervangingstherapie (HRT) na de menopauze kan het risico op beide vormen van kanker verhogen.
Reproductieve geschiedenis: Vrouwen die vroeg begonnen te menstrueren of laat in de menopauze kwamen, lopen een iets hoger risico.
Nooit kinderen krijgen of pas later in hun leven kinderen krijgen, kan ook het risico op eierstokkanker verhogen.
Hoe het kennen van het verband kan helpen:
Het begrijpen van het verband tussen borst- en eierstokkanker is belangrijk, omdat het de deur opent naar preventieve strategieën:
LEES VERDER OP DE VOLGENDE PAGINA 🥰
