“Adriaan? Harrie? Wat brengt het antiek-gilde naar mijn bescheiden kamer?” vroeg hij met een krakerige stem.
Adriaan ging op een stoel tegenover hem zitten en legde het medaillon op de kleine salontafel. “Karel, we hebben iets gevonden in de oude kast van je grootvader. Iets wat al tweehonderd jaar verborgen was.”
Toen Karel het zilveren medaillon zag, begon zijn hand te trillen. Hij reikte er niet naar, maar staarde er naar alsof hij een geest zag verschijnen. “Het portret… de jonge man met de pruik,” fluisterde hij.
“Mijn grootvader vertelde me altijd een verhaal als ik als klein jongetje bij hem op schoot zat,” begon Karel, terwijl een verre herinnering in zijn ogen opgloeide. “Hij sprak over de ‘Vrouwe van de Wijnranken’. Hij zei dat onze familie ooit uit de bergen kwam, uit een land van mist en kastelen. Er was een verhaal over een moeder die haar zoon een ‘houten hart’ meegaf om hem te beschermen in de oorlog.”
Karel keek Adriaan indringend aan. “Wij dachten altijd dat het een sprookje was, Adriaan. Een verhaal om de armoede in de polder wat dragelijker te maken. ‘Het goud zit in het hout,’ zei opa altijd lachend als hij naar die oude kast wees. We dachten dat hij bedoelde dat we hard moesten werken voor ons brood.”
Adriaan knikte ontroerd. “Het was geen sprookje, Karel. Je opa sprak de waarheid. De ‘Vrouwe van de Wijnranken’ was Marguerite de Valois-Borset. En het goud zat letterlijk in het hout van de kast.”
Hij overhandigde de brief aan Karel. Hoewel de oude man de Franse tekst niet kon lezen, herkende hij de emotie in het papier. “Ze hield van hem,” zei hij zacht. “Ze hield genoeg van hem om alles weg te geven zodat hij vrij kon zijn.”
Harrie legde een hand op Karels schouder. “De kast is gegeven, Karel, maar de schat en de brief horen bij jou. Zij zijn het bewijs van wie je bent.”
Karel schudde langzaam zijn hoofd en schoof het medaillon terug naar Adriaan. “Nee, Adriaan. Ik ben de laatste van mijn naam. Ik heb geen kinderen om dit aan door te geven. Als ik dit hier in mijn kamer houd, verdwijnt het als ik er niet meer ben. Ik wil dat jullie het bewaren in De Lege Knip. Maak er een hoekje van. Vertel het verhaal aan iedereen die het horen wil. Zo blijft de Vrouwe en haar zoon Etienne voor altijd leven in ons dorp.”
Met een diepe buiging en een stevige handdruk namen de mannen afscheid van Karel. De oude man bleef achter bij het raam, een kleine glimlach om zijn lippen; de last van een mysterieus familieverleden was eindelijk vervangen door de trots van een bewezen geschiedenis.
In de auto terug naar De Lege Knip was het Adriaan die het voortouw nam. “Mannen, dit moet meer worden dan alleen een verkoophoekje. We gaan een eerbetoon inrichten. Een plek waar de grens tussen de Ardennen en onze polder vervaagt.”
Eenmaal terug in de winkel werd er met man en macht gewerkt. Sally en Lotte, hielpen met het stylen. Een rustige hoek van het magazijn werd vrijgemaakt. De Luikse kast werd opgepoetst tot de eikenhouten nerven glansden als zijde.
Adriaan zorgde voor de details:
De twaalf Louis d’ors werden op een verhoging geplaatst onder een glazen stolp.
De brief van Marguerite werd ingelijst tussen twee glasplaten, zodat de lakstempel aan beide kanten zichtbaar was.
Het medaillon werd open gepresenteerd, precies naast een handgeschreven tijdlijn die Adriaan met zijn mooiste handschrift had opgesteld.
Diezelfde avond zat Adriaan nog aan zijn typmachine. Hij schreef een artikel voor de Polderkoerier met de kop: “Goud in het Hout: Hoe een Ardense Vluchtelinge haar Hart achterliet in onze Polder.”
Hij beschreef de reis van Etienne, de geheime magneetsluiting die Adriaan had ontdekt, en de ontroerende woorden van Karel van der Meeren. Het was geen advertentie voor de winkel, maar een verhaal van hoop en opoffering dat het hele dorp raakte.
Toen de laatste punt achter de tekst stond, verzamelde de hele groep zich op het terras van het Slot. De zon zakte weg achter de horizon, precies zoals die ochtend toen alles begon met een simpele regenboog en een nukkig humeur.
“Op Marguerite,” proostte Harrie, terwijl hij de glazen hief. “En op Etienne,” voegde Trees eraan toe. “Maar vooral op de expert,” zei Jannus met een knipoog naar Adriaan. “Zonder jouw loep en je eigenwijsheid hadden we nu alleen een lege kast gehad in plaats van een vol verhaal.”
Adriaan lachte, nam een slok van zijn wijn en keek naar Antje. De zolderopruiming kon nog wel even wachten. De geschiedenis was voor vandaag even helemaal bijgepraat.
